De eindeloze veelzijdigheid van Italië
Een Belgische lezer van ons blad wees mij er deze week op dat Perswijn relatief weinig aandacht besteedt aan Italië. Als liefhebber en kenner van de wijnen van dit wijnland betreurt hij dat. En als hij gelijk heeft, treur ik met hem mee. Want wijnland Italië verdient alle aandacht. De combinatie van traditie, de talloze inheemse druivenrassen en de diversiteit van de natuurlijke omstandigheden geeft de wijnen van Italië een grote veelzijdigheid. Dat bleek deze week maar weer eens op de Gambero Rosso Roadshow in Brussel.
De Gambero Rosso Top Italian Wines Road Show, zoals de proeverij officieel heet, is een rondreizend circus van Italiaanse producenten, dat jaarlijks meerdere Europese steden aandoet waaronder later dit jaar ook Amsterdam. Dit alles onder auspiciën van Gambero Rosso (letterlijk 'rode garnaal'), de uitgever van ondermeer Italië's bekendste en belangrijkste wijngids Vini d'Italia. De deelnemers zijn producenten met eervolle vermeldingen in die gids, op zijn minst met een wijn waaraan tre bicchieri (drie glaasjes) zijn toegekend, de hoogste waardering voor een wijn in Vini d'Italia.
Bekende toppers
Toscane, Piëmonte en Veneto, van oudsher de belangrijkste wijngebieden, waren goed vertegenwoordigd. De tafels van de Toscaanse toppers Antinori, Tenuta San Guido en Tenimenti Angelini waren in trek, niet verwonderlijk met wijnen als Brunello di Montalcino Pian delle Vigne 2004, Bolgheri Sassiscaia 2006 en Vino Nobile di Montepulciano Simposio 2006 open ter degustatie. Piëmonte deed niet onder voor Toscane. Mensen verdrongen zich om de tafel van icoon Gaja, met óp de tafel onder andere een wat straffe Barbaresco 2006 en ónder de tafel de sublieme Langhe Nebbiolo Sperss 2004. Andere grootheden? Marchesi di Barolo, Michele Chiarlo en niet te vergeten La Spinetta. Veneto had Allegrini en Bertani als meest in het oog springende representanten.
Zoveel meer…
Maar Italië is zoveel meer dan die drie beroemde regio's. Velen weten bijvoorbeeld al jaren dat je voor de mooiste witte wijnen in Alto Adige en Friuli Venezia-Giulia moet zijn (Soave Classico uitgezonderd!). Sicilië is nog steeds booming en wordt eigenlijk steeds interessanter, doordat de wijnen minder 'internationaal' van stijl worden. Sardinië lijkt zich eindelijk echt op de internationale kaart te willen zetten en doet dat vooral, en terecht, met zijn prachtige wijnen van vermentino. Wie denkt dat een mooie Rolle uit de Provence het summum is van wat deze druif te bieden heeft, raad ik aan eens serieuze Vermentino di Gallura van de granietbodems van Noord-Sardinië te proeven! Helaas was de Cantina di Gallura, producent van een paar van de mooiste Vermentino's om onbekende redenen afwezig in Brussel, terwijl ze wel op de rol stonden (waarmee mijn stelling dat Sardinië zich eindelijk echt op de internationale kaart lijkt te willen zetten, meteen ondermijnd wordt). Sella & Mosca en Argiolas waren evenwel waardige vervangers. De Zuid-Italiaanse regio's Calabrië en Puglia hebben ook interessante specialiteiten, en het niveau in Abbruzzo ligt de laatste jaren hoog. Zo kan ik doorgaan tot ik alle regio's heb genoemd, want elke regio, van de Frans aandoende Valle de Aosta tot het obscure Molise, loopt over van eigen karakter en elke regio kent wijnen, die dat karakter op eigentijdse wijze vertalen. Generalisaties als bittere witte wijnen en oxidatieve, zure rode zijn misplaatst. Dat soort mindere wijnen zijn er nog wel, maar ze mogen allang niet meer staan voor hele regio's in het algemeen.
Ribolla gialla
Om de grote diversiteit van Italië op wijngebied duidelijk te maken, volgen hier wat minder bekende wijnen, die tijdens de Gambero Rosso Road te proeven zijn. Laat ik beginnen met een witte wijn van Livon, een producent uit Collio, helemaal tegen de grens met Slovenië aan. Menigeen weet dat daar krachtige, mooie witte wijnen vandaan komen. Veel van de fascinerendste wijnen voor mij bevatten een flink percentage van de inheemse ribolla gialla, zoals Livon's geweldige Solarco 2008. In deze blend van friulano, ribolla gialla, pinot bianco en sauvignon, geeft ribolla zuren en zorgt daarmee voor ruggegraat en frisheid. En uiteindelijk ook voor een goede balans, want druiven als friulano en pinot bianco kunnen krachtige, brede en zelfs wat alcoholische wijnen geven in Friuli.
Trebbiano
Meer wit, en wel van de vaak verguisde trebbiano. Deze druif, die in Frankrijk ugni blanc heet en daar vooral voor distillaten als cognac en armagnac wordt gebruikt, is de belangrijkste witte druif van Italië. Er worden veel simpele wijnen van gemaakt, maar er zijn gebieden waar deze druif serieus goede witte wijn kan geven, zoals in de DOC Lugana. Dit productiegebied ligt direct ten zuiden van het Gardameer en dankt zijn reputatie aan de combinatie van terroirfactoren en de vermeend beste trebbianokloon (Trebbiano di Lugana). Voorbeeldig is bijvoorbeeld de Lugana Selezione Fabio Contato 2007 van Provenza. Trebbiano d'Abruzzo zou een kwalitatief mindere kloon zijn, maar daarvan proef je niets in de Trebbiano d'Abruzzo Castello di Semivicoli 2007 van Masciarelli, een mineralige wijn van laat geoogste druiven van 50 jaar oude stokken.
Aglianico uit Molise
De eerste rode wijn die ik moet noemen, was ooit de waarschijnlijk goedkoopste Tre Bicchieri-wijn van Italië: Molise Aglianico Riserva Contado van Di Majo Norante. De wijn was zó betaalbaar dat mensen dit in Nederland als 'huiswijn' hebben geschonken! Maar niet alleen de prijs is bijzonder aan deze wijn, ook het gebied en het druivenras. Molise, één van de kleinste regio's van Italië, ligt ingeklemd tussen Lazio, Abruzzo, Puglia, Campania en de Adriatische Zee. Het is een van de meest onbeduidende wijnregio's van Italië, die bijvoorbeeld pas in 1983 zijn eerste DOC kreeg toegekend. De druif aglianico daarentegen is misschien wel de beste blauwe druif van zuidelijk Italië. Hij is vooral bekend uit Campanië, van de stoere, karaktervolle wijnen van Taurasi bijvoorbeeld. Aglianicowijnen hebben vaak tijd nodig, maar dan krijg je ook wat! Ik wist niet wat ik meemaakte, toen ik voor het eerst een meer dan 15 jaar oude Aglianico dronk (Taurasi Riserva Radici van Mastroberardino). Di Majo Norante's Contado 2007 is dan ook nog erg gesloten. Het eigenzinnige karakter, dat deze wijn zo boeiend maakt, wordt nu ook nog overheerst door de kenmerken van een moderne, zorgvuldige opvoeding, waardoor de wijn nu erg gepolijst en minder typisch overkomt. Wachten dus!
Meesterlijke Montepulciano
Eigenlijk is montepulciano de druif van Molise, zoals hij dat ook is van de regio waarmee Molise vaak in één adem wordt genoemd: Abruzzo. Montepulciano is een klasse druif, waarvan grote, indrukwekkende wijnen gemaakt worden. Met zijn diepe, intense kleur, zijn wat peperige geur en zijn vlezige smaak lijkt hij wel wat op syrah. Een van de mensen die de wereld opmerkzaam heeft gemaakt op de kwaliteit van montepulciano, is de helaas te vroeg overleden Gianni Masciarelli. Een ander Maestro di Montepulciano d'Abruzzo is Dino Illuminati. Zijn meesterwerk heet Zanna, een Montepulciano d'Abruzzo Riserva uit de Colline Teramane, een subzone binnen de grote DOC Montepulciano d'Abruzzo, die sinds 2003 de status van DOCG heeft. Die status is op basis van de inhoudsvolle, maar toch elegante Zanna sowieso volkomen gerechtvaardigd.
Rood uit de Dolomieten
Over de kwaliteit van Alto Adige op het vlak van witte wijnen heb ik het al gehad, maar de regio van de Dolomieten is tenminste één druif rijk, die ook originele rode wijnen kan geven: lagrein. Vooral de zonnige, niet te hooggelegen wijngaarden rondom Bolzano, staan garant voor expressieve en soms zelfs krachtige wijnen. Een van de mooiste voorbeelden daarvan is Taber 2007, de Lagrein Riserva van de Cantina Bolzano, die zoveel fruit en power heeft dat zelfs Robert Parker hem 93 punten geeft, maar door zijn zuren en mineraliteit toch niet zwaar en goed typisch is.
I Sodi di San Nicolò
Voor een laatste lofzang op de diversiteit van Italië, neem ik u toch mee naar een van die beroemde regio's, Toscane. Dit is het rijk van sangiovese, die er onder vele namen aan de basis staat van de beroemdste wijnen. Toch is er een onstuitbare opmars geweest van internationale druivenrassen, zoals merlot, cabernet sauvignon en de laatste jaren ook vooral syrah, die in combinatie met sangiovese, elkaar of alleen worden verwerkt. Dat levert soms geweldige wijnen op, soms jammerlijke mislukkingen. In het algemeen vind ik merlot in Toscane wel boeiend, zowel op zich als in combinatie met sangiovese. Het mooie van merlot is dat hij niet de hoofdrol voor zich opeist, maar wel een zinvolle bijdrage levert, vooral aan de smaak, in de vorm van rondeur. Zeker in mindere jaren, zoals 2002, komt dat de producenten van bijvoorbeeld Chianti Classico goed van pas. Sangiovese aangevuld met andere inheemse druiven als canaiolo en ciliegiolo zie je steeds minder. Desalniettemin is één van de mooiste wijnen van Toscane, I Sodi di San Nicolò van Castellare di Castellina, de vrucht van de combinatie van sangiovese (bij Castellare heel traditioneel sangioveto genoemd) en een andere inheemse variëteit, malvasia nera. Die laatste kom je niet vaak meer tegen in Toscane, maar is vooral bekend uit Apulië, alwaar hij met een aandeel van meestal 20 procent bijdraagt aan vrijwel alle rode DOC-wijnen. In Brussel stond I Sodi di San Nicolò uit het fraaie jaar 2004 op tafel, een wijn waarbij het volgens Gambero Rosso een uitgemaakte zaak was dat hij tre bicchieri zou krijgen in zo'n jaar. Hoe terecht die opmerking ook mag zijn, ik mag toch wel hopen dat ze de wijn eerst geproefd hebben. Anders hebben ze namelijk de essentie van grote Italiaanse wijn gemist: een volkomen origineel cultuurproduct, dat fantastisch smaakt en eindeloos boeit.
Lars Daniëls MV.
< Stuur deze pagina door >





