Column: Vervlochten

Door: Niek Beute
06-11-2015

Voor dag en dauw verlies ik het contact met de aarde, en ga ik op zoek naar nieuwe smaken en ontmoetingen. Nee, ik ben niet in dromenland. Al lijkt mijn plaats van bestemming hier wel op. Na twee uur in de wolken te hebben gezeten, land ik nabij het prachtige Porto.

Van het druilerige Nederland sta ik plots in het glasheldere en zachtmoedige Porto. Twee dagen heb ik de tijd. Twee dagen om grip te krijgen op de mensen en de cultuur. Maar vooral op die machtige en rusteloze Douro rivier en alle wijnen die hem omringen. Hoe bereid je je hierop voor? Je kan je onderdompelen in de taal, in een mooie fles port, of in de boeken. Mijn voorbereiding vindt plaats in het vliegtuig, en is het beste te beschrijven als 'alles loslaten'. Niet alleen de verwachtingen, maar ook de kennis. Met een schone lei beginnen. Ik wil vrij zijn van oordeel, om vervolgens het maximale op te kunnen nemen.

Om een wijn te kunnen verstaan, dien je zijn taal te verstaan. En dat leer je, zeker in Portugal, niet in twee dagen. Wel kun je een idee krijgen van de Portugese kijk op de (wijn)wereld. Wat zien zij als ze in hetzelfde glas kijken? Het bezoek aan Porto en het portinstituut zijn dan ook erg waardevol. Los komen van mijn haastige hartslag en langzaam het Portugese ritme aannemen. Nooit heb ik me gerealiseerd dat de Douro een van de oudste geregistreerde herkomstgebieden ter wereld is. Sterker nog, de oudste met een controlerend orgaan waar het niet alleen over belastinginning ging. Dit zal er vast aan hebben bijgedragen dat het Dourogebied de meest complexe regelgeving kent van herkomstgebieden in wijn.

Vervolgens stap ik in de auto om bijna drie uur te rijden naar mijn plek van bestemming. We wisselen de charme van Porto in voor een grimmig, heuvelachtig gebied. De eerste twee uur zijn er geen wijnstokken te bespeuren, en het is pas de volgende ochtend dat ik de ware allure van deze streek onder ogen kom. Op weg naar het te bezoeken wijndomein aanschouw ik het: onafgebroken rondingen van dramatisch stijle wijngaarden. Ze torenen hoog boven de rivier uit, aan weerszijde van het water. Het zonlicht vindt dan ook maar zelden de weg tot aan het water. Het is niet enkel de natuur die me aangrijpt, het is hoe de mens de natuur in gebruik heeft genomen. De vervlochtenheid van mens en natuur. Het is me niet eerder overkomen dat ik hier dermate van ontdaan was. Mens en natuur vormen een nieuw soort schoonheid. De eindeloze terrassen die op de millimeter nauwkeurig de contouren van de hellingen volgen. Het klinkt voor de hand liggend, maar alles behalve vanzelfsprekend. Je had ook met een bulldozer alles strak kunnen trekken, veel efficienter en productiever. Mijn verwachtingen aan het bezoek stijgen dan ook met elke meter dat we de helling oprijden.

Het te bezoeken domein heet Quinta Quevedo, waar we na het ontvangst op het domein door zoon Oscar meegenomen worden de wijngaarden in. Ook in hem zie ik de Portugese zachtmoedigheid terug. Oscar is open en eerlijk, hij vertelt over de uitdagingen van, en zijn liefde voor het Dourogebied. Hij legt ons uit dat ze pas over 30 jaar de vruchten kunnen plukken van de investeringen die ze nu aan het doen zijn. En hij vertelt over de druk die daarbij gepaard gaat. Oscar en zijn zus Claudia hebben de leiding overgenomen van Oscar senior, waarbij Claudia verantwoordelijk is voor het wijnmaken en Oscar zich bezighoudt met sales en marketing.

Dan wordt tijd om te proeven. Het is nog altijd oogsttijd en toch neemt Claudia alle tijd voor ons. We mogen alles proeven: van de vergistende most tot dertig jaar oude Colheita’s van vat. Wat mij erg fascineert is de integratie van het alcohol in de wijnen, dit wisselt per vat of per barrique. En heeft vaak niets te maken met de tijd die het heeft gehad om te versmelten. Tawny Port vindt ik vaak maar suf, en ik denk al snel 'boterbabbelaars hoor je te eten en niet te drinken'. Vandaag word ik blij verrast. De klanken die de Quevedo tawny’s geven zijn diep en sober van toon. In mijn proefnotities verwijs ik meer dan eens naar oloroso-karakteristieken. Maar hetgeen me van deze dag het meest bijblijft, zijn niet de prachtige tawny’s, niet de pure ruby stijlen, het zijn de witte port’s.

Witte port, nauwelijks nog verkrijgbaar. Verbannen van zowel de digestiefkaart als de kaaskar. En daar sta ik dan met mijn vatmonster 1974 witte port, totaal uit het veld geslagen. Dat ene slokje doet mijn beeld van witte port honderdtachtig graden kantelen. Om vervolgens de uiteindelijke wijn te proeven waar de 1974 deel van uit maakt. Het is de 30 jaar oude witte port van Quevedo. Zoveel lichtvoetigheid en zoveel lieflijkheid, een wijn met meer dan veertig jaar oude wijnen erin verwerkt. Een rotsvast glas, dat op hetzelfde moment ongrijpbaar verstuivend is. Dit is “de kracht van kwetsbaarheid”.

Het deed me goed geen andere Port meer te drinken die dag, waardoor deze zich op z’n gemak in mij kon ontvouwen. Op de terugweg in de auto kreeg ik flarden van de langzaam ontluikende wijn te zien. Terug in Nederland was er maar één waardige afronding mogelijk. Mijn fles twintig jaar oude tawny ging open. Weggezonken in mijn fauteuil geniet ik nog drie kwartier na van alle schoonheid van de afgelopen dagen. En hoop dat Portwijn voor altijd die tijdloze schoonheid zal behouden.

 

Share |
  • Okhuysen webwinkel - doorlopend?
  • WijnSpijs Wandeling - doorlopend
  • Ribera del Duero Drink Ribera-drink Spain banner
  • Riesling Weeks 2017 t/m 19 juni
  • Banner Kwast tm 1 juni 2017